Wij hebben geen kruipruimte, kan ik dan nog de vloer isoleren?

Een vloer zonder kruipruimte kunt u isoleren door een nieuwe vloer aan te brengen op enige afstand van de oude vloer en de luchtruimte die daarbij ontstaat met enkele Thermosheets te verdelen in enkele reflecterende luchtlagen van maximaal 5 cm elk.

De isolatiewaarde die daarbij wordt verkregen, is afhankelijk van de totale dikte van de op te sluiten luchtlagen volgens de formule R=d/λ, waarbij R staat voor de weerstand, d voor de dikte van de luchtlagen samen uitgedrukt in meters en λ staat voor de equivalente λ-waarde van het systeem, in dit geval 0,0288 W/mK.

Een opbouw met een dikte van 10 cm levert dus een weerstand R op van 3,5.m²K/W

Om de nieuwbouw norm te halen (R=2,5) zou dan 7,2 cm moeten worden opgebouwd.

In de zomer zie ik zo nu en dan een condensfilmpje op de Bodemfolie, is dat schadelijk?

 

Het vocht uit de kruipruimtebodem verdampt en condenseert op koudere plekken zoals een koudwaterleiding en de koudere funderingsmuren. Na het aanbrengen van de Bodemfolie is de bodem als vochtbron afgesloten, waardoor funderingsmuren en koudwaterleidingen opdrogen. Hoe kouder het buiten is, hoe sneller het drogingsproces.
De enige vochtbron is nu nog de buitenlucht in de zomer. Warme lucht die in een koelere ruimte komt (kelder of kruipruimte) koelt af waardoor de vochtigheid stijgt. Dit kan ook de koudwaterleiding vochtig maken of een condensfilm op de Bodemfolie veroorzaken. Vocht dat door ventilatie met buitenlucht in de kruipruimte komt, wordt echter ook weer door ventilatie afgevoerd, zodra het buiten weer wat kouder is.

Uiteraard is het mogelijk op de laagste punten en klein gaatje te prikken in de Bodemfolie. Dit zal nauwelijks damp uit de bodem doorlaten, maar vloeibaar water kan er wel door wegzakken.

 

 

Er staat zo nu en dan water in de kruipruimte, kan ik dan de bodemfolie gebruiken?

TONZON Bodemfolie is weliswaar een zware, stevige folie maar toch nog lichter dan water. Wanneer het water in de kruipruimte beperkt blijft tot af en toe wat plassen dan zijn geen extra maatregelen nodig. Komt de kruipruimte af en toe helemaal blank te staan dan is het raadzaam eerst een noppenfolie aan te brengen om het drijvend vermogen van de Bodemfolie te vergroten. De Bodemfolie moet dan wel hoger worden vastgezet dan de maximaal te verwachten waterstand. De Bodemfolie mag echter ook niet te hoog worden vastgezet omdat alleen het gedeelte van de muur dat boven de Bodemfolie uitsteekt het opgezogen vocht kan afstaan aan de kruipruimte lucht. Globaal kan men stellen dat wanneer de maximale waterstand hoger is dan een kwart van de hoogte van de kruipruimte er aan andere maatregelen moet worden gedacht. Dit kan zijn het aanleggen van een drainagesysteem, een pompsysteem of het ophogen van de kruipruimtebodem indien de hoogte van de kruipruimte dit toelaat.

 

Er staat zo nu en dan water op de Bodemfolie, wat moet ik daar aan doen?

Het vocht uit de kruipruimtebodem verdampt en condenseert op koudere plekken zoals een koudwaterleiding en de koudere funderingsmuren. Na het aanbrengen van de Bodemfolie is de bodem als vochtbron afgesloten, waardoor funderingsmuren en koudwaterleidingen opdrogen. Hoe kouder het buiten is, hoe sneller het drogingsproces.
De enige vochtbron is nu nog de buitenlucht in de zomer. Warme lucht die in een koelere ruimte komt (kelder of kruipruimte) koelt af waardoor de vochtigheid stijgt. Dit kan ook de koudwaterleiding vochtig maken of een condensfilm op de Bodemfolie veroorzaken. Vocht dat door ventilatie met buitenlucht in de kruipruimte komt, wordt echter ook weer door ventilatie afgevoerd, zodra het buiten weer wat kouder is.

Het is onvermijdelijk dat er wel eens water op de Bodemfolie komt te staan. Net zo als een kelder in de zomer vochtig is en in de winter droog geldt dit ook voor de kruipkelder. Warme vochtige lucht van buiten koelt af in de relatief koude ruimte. Daarbij stijgt de Relatieve Vochtigheid van de lucht omdat koudere lucht minder vocht kan bevatten. Dit verschijnsel veroorzaakt condensatie tegen andere isolatiemateriaal zoals wol en schuim. In een Tonzon kruipruimte zal deze condensatie plaats vinden op de Bodemfolie. Het begint met overdag een waas van condens, die s nachts weer verdwijnt. Houdt de warme periode langer aan en zijn ook de nachten warm dan gaan zich druppels vormen die naar een kuiltje rollen en plasjes vormen. Dit is geen probleem. Vocht dat met ventilatie binnenkomt, zal door ventilatie ook weer verdwijnen.

Ook bestaat de kans dat er op een andere manier water op het zeil komt, bijvoorbeeld bij een heftige regenbui. Op zich is dit geen prettig idee, maar een kruipruimte met enkele plassen water op het zeil, is nog steeds een stuk droger dan de meeste kruipruimtes zonder zeil. Bedenk dat in een normale kruipruimte er uit de bodem 10 liter water per dag verdampt. Gooi eens een emmer water op het zeil en zie wat voor grote plas er verschijnt. Deze plas kan echter na enkele dagen al weer verdampt zijn.
De Bodemfolie is bedoeld om de vochtigheid in de kruipruimte te beperken en dat is met enkele plassen water op het zeil nog steeds het geval

 

ik heb Tonzon vloerisolatie. Als er regenwater via de luchtkoker de kruipruimte binnendringt is dat dan schadelijk voor de Tonzon vloerislatie?

Komt het water op de Bodemfolie, dan kunt u ter plaatse van het plasje een klein gaatje prikken, zodat het water weg kan zakken. Het kleine gaatje heeft geen invloed op de luchtvochtigheid van de kruipruimte.

 

Moet ik de funderingsmuren in de kruipruimte isoleren wanneer de begane grondvloer is/wordt geïsoleerd?

Wij raden u aan de funderingsmuren aan de buitenzijde te isoleren. Zou u de funderingsmuren aan de binnenzijde in de kruipruimte isoleren, dan heeft dit als consequentie dat deze in de winter geen warmte meer kunnen opnemen uit de kruipruimtebodem*. De afkoeling naar buiten (de koude grond) gaat echter wel onverminderd door. Dat betekent dat het binnen het spouwblad kouder wordt en de koudebrug bij de oplegging van de vloer wordt versterkt. Het gevolg hiervan is dat de muur onderin de kamer kouder wordt. Bij betonvloeren worden dan ook de randen van de vloer kouder. Of dit lokaal tot schimmelvorming zal leiden, is afhankelijk van de overige condities. De lagere temperatuur heeft ook als gevolg dat het onder de plinten kouder en daardoor vochtiger wordt. Hierdoor kunnen huisstofmijten een droge periode makkelijker overleven.

 

  • Dat er in de winter een positieve warmtestroom uit de kruipruimtebodem komt, wordt door velen over het hoofd gezien maar is bekend uit SBR-publicatie 118; Een kruipruimte thermisch doorgemeten en het onderzoek “Besparing door bodem- en vloerisolatie bij woningen” dat SenterNovem heeft laten uitvoeren door Cauberg-Huygen (Rapport 2006.3193-1). Hieruit blijkt dat de kruipruimtebodem in de winter warmte afstaat aan de kruipruimte. Deze warmte komt voor een belangrijk deel via uitwisseling van warmtestraling terecht bij de funderingsmuren die daardoor minder koud worden dan zonder deze warmte uit de bodem.